08-03-2026
3e Zondag
Johannes 4, 1-26
Kern: vers 3 en 4
Jezus verliet Judea en ging weer naar Galilea. Daarvoor moest hij door Samaria heen.
Jezus kiest een ongebruikelijke route. Op het stille middaguur ontmoet Hij de Samaritaanse vrouw bij de bron. Zij had haar redenen om op dat middaguur water te putten.
Jezus vraagt haar om water voor Hem te putten. Ze raken in gesprek. Hij vertelt haar over het levende water. Het wordt een echte ontmoeting.
Schikking:
De ontmoeting bij de bron staat centraal in deze schikking. De grote vaas is gevuld met water en irissen en de middelgrote vaas met water als verwijzing naar de bron. De iris is driekleurig en is een drietallige bloem, een verwijzing naar de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
De kleuren van iris zijn blauw, wit en geel. Blauw – de kleur van de lucht, de hemel en het water; wit – de kleur van de onschuld en geel - de kleur van het goddelijke.